Blog

Gerda Geerdink blikt terug

Velon viert het vijfenveertig jarig bestaan en dat is een goed moment om stil te staan bij de geschiedenis van deze beroepsvereniging en bij wat dat voor mij heeft betekend. De terugblik valt voor mij samen met op een andere manier ‘stilstaan’ bij het verleden.

Deel 1 van een drieluik

Met Anja Swennen ben ik bezig met het maken van het boek ‘Vijftig jaar leraren opleiden’. Dat we stoppen met werken vanwege ons pensioen is de directe aanleiding daarvoor. Daarachter ligt de overtuiging dat er veel te leren is van de geschiedenis. Vanuit een historisch besef naar onderwijs/vernieuwing kijken leidt altijd tot een breder en genuanceerder, en daardoor wijzer beeld en daarom altijd goed om te doen. Bij het verder ontwikkelen van een Vereniging als Velon is het ook goed om naar het verleden te kijken en kennis daarover mee te nemen.

Vereniging van, voor en door lerarenopleiders

Velon is altijd een vereniging ‘van, voor en door lerarenopleiders’ geweest. Omdat lerarenopleiders en ook lerarenopleidingen veranderen, staat een vereniging niet stil. Haar historische ontwikkeling – in drie delen – laat zien hoe ze gereageerd heeft op of juist proactief is opgetreden binnen een veranderende context.


[ Gerda Geerdink ]

Lang, lang geleden

Toen ik in 1990 lid werd van Velon, bestond ze al een aantal jaren. Volgens de officiële telling is de geboorte 45 jaar geleden; de conceptie was rond de jaren zeventig. De oprichting is een direct gevolg van het publiekelijk meer nadenken over ‘het opleiden van leraren’. Onvrede over de kennis van de leraren en dus over de kwaliteit van de lerarenopleidingen maakt dat de overheid al in de jaren zestig besluit dat ze meer zeggenschap wil over de lerarenopleidingen. Ze realiseert zich ook dan al dat veranderingen in de onderwijspraktijk pas slagen als je de daarin werkzame professionals daarbij betrekt. Maar de overheid praat vooral met bestuurders, nauwelijks met de lerarenopleiders zelf. Die discussies achter hun rug om en de veranderingen die dat met zich meebrengt, maken dat lerarenopleiders zich onvoldoende gehoord voelen en zich als beroepsgroep gaan verenigen. De universitaire lerarenopleiders richten in 1975 de Vereniging Universitaire Lerarenopleiders Nederland (VULON) op. Uit de groeiende samenwerking met de hbo lerarenopleiders wordt dat in 1989 Velon: een vereniging die ‘zich inzet voor de kwaliteit van de lerarenopleidingen in het algemeen ongeacht het onderwijsgebied waarvoor wordt opgeleid’.


[ Gerard Willems en Mathilde van Vliet waren al heel vroeg en heel lang bij de vereniging betrokken. Gerard Willems als secretaris van het bestuur en de eerste eindredacteur van het Tijdschrift voor Lerarenopleiders, Mathilde van Vliet deed bijna dertig jaar de bureauredactie voor het tijdschrift, de administratieve ondersteuning voor het bestuur, de ledenadministratie en het onderhoud van het register. ]

Het jaarlijks congres als platform van ontmoeting

De missie van de vereniging destijds is vergelijkbaar met nu: ‘Zorgen voor kwalitatief hoogwaardige lerarenopleiders’ en daaraan wordt gewerkt door een platform voor ontmoeting te organiseren en stimuleren; de professionalisering van individuele lerarenopleiders en de beroepsgroep als geheel te stimuleren; en de belangen te behartigen met betrekking tot de kwaliteit van de professie. Kortweg: zorgen dat je goed opleidt en dat je gehoord wordt door beleidsmakers. De middelen die daarvoor werden en nog steeds worden ingezet waren al heel snel na de start: een jaarlijks congres (de eerste in een jeugdherberg omdat leden het zelf moesten betalen) en een tijdschrift. In de loop van de jaren is daar het een en ander bijgekomen. In deze eerste blog gaat het vooral over de vereniging en het tijdschrift en wat ze in de loop der jaren voor mij hebben betekend.

Mijn eerste kennismaking met de vereniging was het congres in 1991. Ik was nog maar net gestart als lerarenopleider op de pabo en de tweedegraads lerarenopleiding geschiedenis en had een onderwijsbevoegdheid gehaald op de opleiding voor een akte middelbaar onderwijs. Dus eigenlijk nauwelijks geleerd hoe je onderwijs verzorgde en al helemaal niet op een lerarenopleiding. Op het congres leerde ik hoe je door te reflecteren greep krijgt op je eigen professionele ontwikkeling. En in andere workshops en presentaties hoe je een college goed inricht en wat het betekende om lerarenopleider te zijn. En omdat mijn collega’s het congres maar weinig bezochten, mocht ik elk jaar gaan en dat heb ik gedaan: het heeft me altijd wat opgeleverd. In 2015 zit ik in de congrescommissie omdat in dat jaar het congres door de lerarenopleidingen in Nijmegen en Arnhem georganiseerd wordt. Ook dat was een bijzondere ervaring. Ieder jaar wordt de minister uitgenodigd op het congres opdat de vereniging daarmee in gesprek blijft. In dat jaar kwam Jet Bussemaker en – ook bijzonder – ik mocht ze van de auto naar de zaal begeleiden en naast haar zitten!


[ Velon, Tijdschrift voor lerarenopleiders ]

De nog jonge vereniging krijgt al heel snel een tijdschrift min of meer in de schoot geworpen. Als ondersteuning voor het inrichten van de pabo’s in 1984 gaf het Katholiek Pedagogisch Centrum met overheidssubsidie ‘ID’ uit: een tijdschrift gericht op docenten van de pedagogische academies. In 1989 stopt de subsidie en wordt dat blad nog een jaar voortgezet door het KPC samen met de dan net opgerichte Velon als IDEE. Al na een jaar stopt het KPC  met de uitgave en IDEE wordt door de Velon voortgezet als VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders. Het eerste nummer met die naam verschijnt najaar 1990 en wordt gepresenteerd als nummer 2 van de twaalfde jaargang. Er is gekozen voor doorgaan met de telling om de continuïteit te onderstrepen: net als IDEE wil dit tijdschrift een blad ‘van en voor de beroepsgroep zijn’. Het eerste artikel in het eerste nummer – hoe treffend kan het zijn – heeft als titel: ‘Leren van je eigen geschiedenis; Autobiografische reflectie in de lerarenopleiding’ door Geert Kelchtermans.

Het tijdschrift dat vier keer per jaar uitkwam werd gretig door mij gelezen. Daaruit leerde ik van alles over onderwijskunde, en pedagogisch en didactisch handelen op de lerarenopleiding. Elke nummer bracht nieuwe en bruikbare kennis en ideeën. Behalve inhoudelijke artikelen leverde het tijdschrift ook informatie over nieuwe boeken die verschenen en mededelingen over beleid en politiek die raakten aan de lerarenopleidingen.


[ 12de jaargang, Januari 1991 ]

In het tijdschrift is ook te lezen hoe Velon – vooral het bestuur – zorgde dat haar stem gehoord werd op het ministerie. Brieven die gestuurd werden en reacties daarop kregen een plaats in de rubriek ‘Mededelingen uit de vereniging’. Daarnaast werden studiedagen georganiseerd over actuele ontwikkelingen zoals het voorgenomen beleidsplan om te komen tot de ontwikkeling van Educatieve Faculteiten. Ik was zelf naast mijn docentschap ook hoofdredacteur van het personeelsblad van – toen nog – Hogeschool Gelderland. Kennis over landelijke onderwijsbeleid had ik daarvoor ook goed gebruiken.

Behalve lezen moet er ook geschreven worden. Gesubsidieerd door het ministerie hebben we als landelijke commissie vrouwelijke lerarenopleiders geschiedenis – die waren toen nog zeldzaam – een module ontwikkeld over ‘Honderd jaar vrouwenarbeid’. De aandacht voor dat thema was actueel als onderdeel van de herdenking van de kroning van Wilhelmina, de eerste vrouwelijke vorst in Nederland, in 1898 en de ‘Nationale tentoonstelling vrouwenarbeid ter gelegenheid daarvan. Over de ontwikkeling van deze module en de evaluatie heb ik een bijdrage geschreven voor het tijdschrift. Ik schreef al veel als redacteur en redigeerde werk van anderen maar leerde nu ook hoe een redactie van een vakblad feedback geeft op de inhoud van een concept artikel en hoe je daar weer van leert te ordenen, te verduidelijken et cetera. Mijn eerste bijdrage voor het tijdschrift is in januari 1999 geplaatst. Redactieleden werden destijds via contacten geworven en de redactie is bij voorkeur divers samengesteld. Er wordt gezocht naar een vertegenwoordiging vanuit verschillende regio’s en alle soorten lerarenopleidingen. Op het congres in 1999 word ik benaderd door hoofdredacteur Gerard Willems met de vraag of ik wilde solliciteren voor de redactie van het Velon tijdschrift. Gerard was een directe collega van mij die zelf niet te lang meer in de redactie wilde blijven en hij vond mij een geschikte opvolger vanuit de hogeschool. Daarnaast zochten ze iemand uit de pabo. In de notulen van de redactie vergadering van 15 juni 1999 is mijn sollicitatiebrief besproken en staat iedereen achter mijn benoeming als redactielid.

Ik was zeer vereerd met het verzoek en schreef onmiddellijk die brief en werd aangenomen. Juli 1999 word ik lid van de redactie. Dat betekent ongeveer eens per zes weken overleg met de andere redactieleden en nog meer geïnformeerd worden over van alles en nog wat. Meer dan op mijn eigen werkplek hoor ik op de redactievergaderingen over landelijke en internationale ontwikkelingen die relevant zijn voor de lerarenopleidingen en waar de vereniging bij betrokken is.