Nederland staat voor veel opgaven in het onderwijs. Terwijl het lerarentekort blijft groeien, nemen de eisen betreft onderwijskwaliteit alleen maar toe. Lerarenopleiders spelen een hierbij een cruciale rol, maar voelen ook de druk van o.a. een overvol curriculum. Gerard Baars, directeur NRO en Helma Oolbekkink-Marchand, lector Professionaliteit van Leraren en oud-voorzitter van Velon, in gesprek over de uitdagingen en kansen die zij zien in dit onderwijslandschap.
Vragend naar de grootste uitdagingen voor lerarenopleiders, is het voor Gerard en Helma, uit de hoeveelheid vraagstukken moeilijk kiezen. ‘Ik kijk daarbij graag naar het leerlingenperspectief’, zegt Gerard, ‘en dan kom ik toch uit op de tekorten van leraren.’ Waarbij hij benadrukt dat het niet alleen een kwantitatief, maar ook een kwalitatief vraagstuk is.
Druk-druk-druk
Gerard: ‘Hoe gaan we leraren zo snel mogelijk, maar vooral ook goed opleiden? En daarmee bedoel ik dat leraren pedagogisch-didactisch vaardig zijn en in staat zijn om in een diverse en vaak uitdagende klasomgeving – met leerlingen met verschillende leer- en gedragsbehoeften –effectief onderwijs te geven.’ Helma beaamt dit, maar ziet ook een uitdaging voor lerarenopleiders om tijd en ruimte om na te denken over goed onderwijs. ‘Iemand uit mijn omgeving sprak eens de treffende woorden: “Als ik door de gangen van de lerarenopleiding loop, ademt het druk-druk-druk.” Maar lerarenopleiders moeten voorbeeldmatig werken, dus hoe borgen we in die drukte voldoende ruimte voor reflectie en professionalisering?’
Ook benadrukt Helma het belang van uitzoomen: waar doen we het allemaal voor? ‘We bereiden een nieuwe generatie voor op het oplossen van wereldwijde problemen, zoals klimaatverandering en conflicten. Lerarenopleiders moeten oog houden voor dat grote kader.’ Naast dat uitzoomen, moet je ook inzoomen volgens Gerard: ‘Stel de vraag: wat hebben leerlingen nodig om daar te komen waar we ze naartoe willen brengen en hoe kunnen leraren daaraan bijdragen? En wat betekent dit dan vervolgens weer voor de opleidingen?’
Gereedschapskist
Dat het curriculum barstensvol zit, maakt deze opgave niet eenvoudiger, zien zowel Helma als Gerard. Helma ziet daarbij kansen in het onderscheid tussen startbekwaamheid (wat een leraar aan het begin van zijn carrière moet kunnen) en vakbekwaamheid (wat komt in latere fasen). ‘Dit kan helpen om de overladenheid van het curriculum te verminderen en ruimte te creëren voor continue professionalisering.’ En Gerard vraagt zich af wat nu echt in de kern datgene wat we iedereen willen bijbrengen. ‘Wat mij betreft zou de pedagogisch/ didactische gereedschapskist van aankomend leraren in ieder geval zeer rijk gevuld moeten zijn, zodat ze goed weten hoe ze een positief klasklimaat kunnen organiseren en alle leerlingen de basisvaardigheden kunnen bijbrengen alsook goed kunnen zorgen voor de ontplooiing van leerlingen op andere gebieden’.
Ontsluiten van kennis
Zowel NRO als Velon proberen lerarenopleiders bij al deze prangende vraagstukken te ondersteunen. NRO richt zich op het samenbrengen en ontsluiten van bestaande kennis over grote thema’s, zoals pedagogisch-didactische kwaliteit, gelijke kansen, en nieuwe technologieën zoals AI. Gerard: ‘Het doel is om wetenschappelijke kennis zo te vertalen voor schoolteams dat het direct toepasbaar is in de praktijk. We brengen al deze kennis samen op één kennisknooppunt: onderwijskennis.nl. Een belangrijke volgende stap is om rond deze content samen met lerarenopleiders opleidings- en stagemateriaal te ontwikkelen, zodat de wetenschappelijke kennis makkelijk kan worden ingebed in de opleidingen.’
Helma: ‘Kennisontwikkeling is een belangrijk doel van Velon. Via het Tijdschrift en eerder ook via de Kennisbasis nodigen we lerarenopleiders en onderzoekers uit om relevante kennis te delen met de beroepsgroep. We hebben het voordeel dat wij als beroepsvereniging direct toegang hebben tot die opleiders en zo de kennis kunnen laten werken in de praktijk. Ook de beroepsregistratie voor lerarenopleiders is een belangrijk instrument. Het stimuleert opleiders om hun onderwijsvisie te onderbouwen met actuele literatuur en zich continu te blijven ontwikkelen.’
Samenwerking
Gerard en Helma zien veel kansen in samenwerking en kruisbestuiving tussen NRO en Velon. Een concreet voorbeeld hiervan is de nieuwe kennisagenda van NRO. Gerard: ‘Dankzij een survey van Velon, waarbij de input van zo’n 1.000 lerarenopleiders is opgehaald, hebben wij de inbreng van lerarenopleiders in de kennisagenda goed kunnen regelen. De komende jaren gaan we ons vooral op de thema’s uit deze Kennisagenda richten en zullen we hierover kennis ontsluiten en nieuw onderzoek programmeren. Ook bij de ontwikkeling van de themapagina’s van NRO voor onderwijskennis.nl zijn lerarenopleiders vanuit het netwerk van Velon betrokken, wat zorgt voor een sterke verbinding tussen onderzoek en praktijk.’
Helma ziet ook mogelijkheden om via onderwijsregio’s systematischer te werken aan het bedienen van lerarenopleidingen in het hele land. Daarnaast pleit ze voor meer onderzoek naar de professionalisering van lerarenopleiders zelf. ‘We zien namelijk dat de beroepsgroep steeds breder wordt, waardoor de diversiteit van professionaliseringsbehoefte ook sterker wordt. Dus hoe kun je dat goed inrichten? We hebben in het verleden toonaangevende onderzoekers gehad onder lerarenopleiders. Het zou mooi zijn als een nieuwe generatie onderzoekers en opleiders dit oppakt en deze kennis met wetenschappelijk onderzoek ook internationaal zichtbaar maakt.’